Blog 9 'Wie de regenboog wil zien, moet de regen trotseren!'

Veel mensen vragen aan mij: "Hoe ben je nu precies genezen?" Genezen zijn van een psychische ziekte is een groot woord vind ik. Want wanneer weet je nu zeker dat je zowel vrij bent in je hoofd áls in je hart? 
Ik heb absoluut geen moeite met eten meer. Dat is een feit. Mijn gezinsleden zijn één van de weinige die echt weten dat dit wel anders is geweest vroeger. Wanneer je een eetstoornis hebt gehad, blijft dit altijd een zwakke plek, een "trigger", dat zal nooit overgaan bij mij. Maar deze "trigger" heb ik weten om te zetten in wilskracht, in moed en in doorzettingsvermogen om de juiste richting op te gaan en deze te blijven volgen.

 

Het heeft mij ertoe gedreven dat ik nooit meer wil terug keren in het schimmenrijk, dat ik nooit meer wil wegzakken in de diepste spelonken van mijn toentertijd verwarde geest. De angst om terug te moeten naar het ziekenhuis, de angst voor de waanzin in mijn hoofd, de schaamte, de nederlaag, de angst en het verdriet om de hel van andere patiënten te moeten aanschouwen en de angst voor de verpleging, waren, en zijn nog steeds, voor mij de stokken achter de deur die mij lieten vechten tegen deze ziekte toen ik ontslagen was uit de laatste kliniek waar ik ooit in zou verblijven.

Ik heb namelijk genoeg "regen" gekend in mijn leven. In het verleden leek het soms wel of die sluiermist aan regen nooit meer zou ophouden en mijn zicht op de echte wereld voor altijd belemmerd zou zijn.

Jarenlang werd ik namelijk elke dag gepest. En dan heb ik het niet over dat er een keer gemene opmerking over je wordt gemaakt of dat je een keer voor schut wordt gezet, maar ik werd elke dag van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat gepest door kinderen rond mijn leeftijd.
Waarom? Geen idee precies! Ik was altijd al een "onzichtbaar meisje" want ik hield er niet van om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Daarnaast werkte ik erg hard op school, hield mijzelf angstvallig op de achtergrond en leefde in mijn eigen fantasiewereldje.
Dit veranderde allemaal toen er nieuwe leerlingen op de basisschool kwamen aan het eind van groep 6 en plotseling voelde ik mij ineens niet meer veilig. Mijn vrienden en vriendinnen raakte ik destijds steeds verder kwijt door deze nieuwe leerlingen en plotseling voelde ik mij zeer alleen staan.

Ik werd het mikpunt van spot en er ging geen dag voorbij dat men mij moest laten weten hoe afschuwelijk ze mij vonden. Ik begreep het niet waar ik dit aan had verdiend als jong meisje van slechts 10 jaar. Verbaal was ik erg zwak en gebukt ging ik over straat. Waarom pestten ze mij dan? Ik had nooit een weerwoord gegeven, nooit iemand pijn gedaan en nooit iemand voor schut gezet.
Waarschijnlijk verergerde het pesten juist omdat ik zo kwetsbaar was en erg onzeker.
Ik was een jong, teer bloemknopje dat de wereld onzeker tegemoet trad om te onderzoeken wanneer de juiste tijd kwam om te gaan bloeien en stralen.

Toen ik naar de middelbare school ging, had ik al last van verschillende angst- en dwangstoornissen met daarnaast zware en heftige paniekaanvallen. De faalangst drukte zwaar op mij, het angstzweet stroomde soms van mij af en ik stortte mij volledig op school, totdat ik bijna kopje onder ging. Ik leefde voor prestatie, voor de trots van mijn familie, voor het verleggen van grenzen en ik was koortsachtig op zoek naar iets waardoor men mij zou gaan accepteren. Ik kon helaas niet praten over mijn emoties en verdween in mijn eigen, veilige wereldje waar dwanghandelingen en zelfbeschadiging zich over mij ontfermden.

Het gepest op de middelbare school nam ondertussen groteske vormen aan, en zelfs wanneer ik van en naar mijn middelbare school fietste, schreeuwde men mij na of blokkeerde mij de weg om mij te intimideren en te kleineren.

Ik voelde mij op den duur nergens meer veilig, op straat niet, op school niet en ook thuis niet omdat ik daar veel ruzie veroorzaakte doordat ik nooit sprak over wat er allemaal gebeurde als ik niet thuis was. Ik kreeg heftige woedeaanvallen en de tranen stroomden rijkelijk.
Toen men op de middelbare school er achter kwam dat ik op 15-jarige leeftijd bij een psycholoog in behandeling was, werd het gepest nog intenser en men bestempelde mij als "gek".

Uiteindelijk brak ik volledig, ik was een geknakte bloem, vermorzeld op het punt dat ik zou moeten gaan bloeien.
Ik was kwetsbaar, extreem onzeker, timide, bang, durfde nooit iemand in de ogen te kijken, liep altijd met een gebogen hoofd op straat en werd daardoor juist het ideale mikpunt voor spot en agressie.

En plotseling was daar mijn eetstoornis, mijn "veilige" thuishaven, mijn "bondgenoot", wat mij in een verdere hel deed belanden. Doordat ik stopte met eten, werden mijn emoties minder intens omdat mijn lichaam en geest hier geen energie meer voor hadden. Ik dacht dat ik de ideale manier had gevonden om mijzelf te straffen voor al mijn zwakheden, voor al mijn fouten en voor al mijn tekortkomingen, maar ook om mijzelf af te stompen zodat ik niets meer zou voelen.

Ik had helaas alleen geen rekening gehouden met de lichamelijke folteringen die hiermee gepaard gingen en de psychose die ontstond doordat mijn hersenen een tekort aan voedingsstoffen hadden.
Ik werd langzaam krankzinnig van angst, van wantrouwen en verachtte de wereld met zijn maatschappij. De wereld die mij in de steek had gelaten, die de kou in mijn hart, lichaam en ziel had veroorzaakt en waardoor ik nooit meer liefde, genegenheid of warmte zou kunnen voelen.
Maar wat waren de gevolgen?

Het gevolg: een dozijn aan ziekenhuizen en klinieken jaar in en jaar uit, tot wanhoop van mijn familie en de verpleging. Men dacht dat ik nooit meer beter zou worden en uiteindelijk ten onder zou gaan omdat ik door mijn extreem lage gewicht onzichtbaar wilde zijn en hierdoor mijzelf wilde vervagen en vernietigen.
Meerdere keren ben ik in de isoleercel geworpen omdat men mijn paniekaanvallen niet begreep en mij urenlang opsloot terwijl ik rond rende en schreeuwde van angst totdat men mij er uiteindelijk stervend uithaalde.
Het gevolg: de intensive care waar ik bijna drie weken kunstmatig in coma ben gehouden om mij te laten aansterken zodat ik weer opnieuw opgenomen kon worden.
Het gevolg: ik was door deze traumatische ervaringen er helemaal opgebrand om een einde aan mijn leven te maken en probeerde mij letterlijk dood te bewegen.
Het gevolg: hierdoor ben ik een half jaar lang met Zweedse banden volledig gefixeerd op bed zodat ik mij niet kon bewegen en op deze manier kon aansterken.
Het gevolg: ik brak hierdoor zowel psychisch als mentaal, en uiteindelijk besefte dat mijn leven zo uitzichtloos was als ik niet zou veranderen. Ik zou overlijden.

Daarnaast was niet iedereen van de verpleging geschikt om als hulpverlener te werken voor mensen die lijden onder een eetstoornis. Een eetstoornis is namelijk zeer grillig, de patiënt werkt niet mee en doet er alles aan om de behandeling te saboteren. Hoe ga je daarmee om?
Ik heb veel verplegers en verpleegsters gehad die geweld gebruikten tegen mij en andere patiënten om ze te dwingen hun behandeling voort te zetten op de manier die voorgeschreven stond in het ziekenhuis of de kliniek. Ook waren er verplegers of verpleegsters die niet konden omgaan met eetstoornispatiënten en schrokken van hun felheid en verbetenheid om niet te willen eten.
Soms was men zelfs echt bang voor de patiënten en wist men niet wat men moest doen.

Een goede hulpverlener kan zich enigszins verplaatsen in de patiënt, is rustig en meelevend en kan op een correcte, maar duidelijke manier uitleggen en laten zien dat de behandeling van grote noodzaak is voor de patiënt. De hulpverlener wijst niet alleen op de feiten van wat er kan gebeuren als de patiënt zo doorgaat, maar zoekt op een andere, creatieve manier een weg om de patiënt de schoonheid van het leven te laten zien.

Bij mij liet men mij tekenen wat een hobby van me was toentertijd, maakte een wandelingetje met mij, wees mij op bijzondere dingen buiten, vertelde mij iets moois over hun leven thuis, vroegen aan mij wat ik graag zou willen later, wat mijn dromen waren en voor het eerst ook: waarom ik toch alles zo ver had laten komen? Doordat zij zich meelevend maar kordaat opstelden, voelde ik mij geborgen, gesteund en had ik het gevoel niet alleen te staan in mijn strijd als mijn familie er niet was. Ze gaven mij een stukje "thuis", wat ik zo erg miste in mijn leven. Zij lieten mij voelen dat ik er toe deed en dat zij nog wel geloofden in mij.

Na al deze ellende besefte ik dat ik kon kiezen tussen twee belangrijke gebeurtenissen: kiezen voor het leven of voor de dood. Ieder mens weet, ook al lijd je onder een fysieke of mentale aandoening, dat niemand echt wilt sterven, dat druist in tegen elke vorm van natuur. Wanneer men hiervoor kiest, is men al ten einde raad.

Ik was ook ten einde raad, want ik zag geen uitweg meer, geen uitgang in het griezelige doolhof wat zich bevond in mijn hoofd. Maar toch, ergens gloorde er hoop, ergens wist ik dat als ik dat wilde, ik mezelf zou kunnen bevrijden zonder daarvoor te hoeven sterven. Ik moest hiervoor weer gaan eten, mezelf aan het behandelingsschema houden, de controle loslaten wat mijn eetstoornis niet wilde.

En plotseling, toen ik al deze dingen langzaamaan aanpakte en losliet, voelde ik me weer helder worden in mijn hoofd. De mist trok op en plots doemde de realiteit weer op voor mijn ogen. Ik begon weer te dromen over de toekomst, ik begon te leren voor mijn examens van de middelbare school en ineens leek alles zoveel minder eng. Ondanks dat ik weer een toekomst had, was het gevecht tegen mijn eetstoornis, tegen mijn depressie en tegen die diep gewortelde angst in mijn hoofd nog niet gestreden. Ik moest nog meer "regen" trotseren, ik moest mijn angsten onder ogen komen, ze aangaan en ze bevechten.

Sinds iets meer dan een jaar heb ik het gevoel dat ik bijna klaar ben, dat ik mijn grootste angsten heb verslagen. Niets staat mij nog in de weg voor een lang en gelukkig leven. De zon straalt weer in mijn leven en vermengd met af en toe wat regen, doemt er een prachtige regenboog op die mij de juiste richting wijst.