Blog 10 'Wonderen bestaan'

Bijzondere momenten kunnen je leven voorgoed veranderen. Bijzondere momenten kunnen voorgoed een stempel in je hart achter laten. Bijzondere momenten kunnen je laten zien dat je er toe doet en dat je er niet alleen voor staat.

Tijdens mijn eetstoornis was ik de wereld om mij heen verloren. Ik leefde in mijn eigen donkere doolhof waar ik nooit meer uit leek te komen, waar ik hopeloos in was verdwaald en waar niemand mij in kon bereiken. Ik was mijn zelfwaardering verloren, de kracht vloeide elke dag stukje bij beetje uit mij weg en ik had het gevoel dat niemand nog in mij geloofde en dat ik niet meer van belang was.

Desondanks gebeuren er dingen die wij niet kunnen verklaren, bijzondere momenten die plotseling ontstaan. Hier putte ik mijn kracht uit, hierdoor kreeg ik het gevoel dat er hoop gloorde aan de horizon en hierdoor ontwikkelde ik het besef dat ik ook deel mocht uitmaken van deze wereld.

Ik ben zelf twee keer ontsnapt van de gesloten afdeling in het Erasmus MC. Toentertijd had men nog geen kluisjes met sleutels, maar een kastje die onder permanente bewaking stond, of in ieder geval hoorde te staan. Ik was bijna 18 jaar en het was de tweede keer dat ik daar werd opgenomen. De eerste keer zat ik daar zeven maanden, eerst op de gesloten afdeling, later op de open afdeling. Vriendschap ontstond er met de patiënten en ik raakte enigszins gehospitaliseerd.

Ondanks de steun die ik daar ontving, wilde ik eigenlijk niet meer aankomen en toen ik naar huis mocht (na zeven maanden van opname), was ik binnen drie maanden op een nog lager gewicht dan toen ik daar binnen kwam. Ik kreeg voor het eerst sondevoeding en omdat ik in een veel verslechterde toestand binnenkwam dan de eerste keer, kreeg ik langer sondevoeding dan het normale protocol. Ik werd krankzinnig dat de controle mij was ontnomen, alles werd van me afgepakt en ik had weinig afleiding door de rust die ik verplicht moest houden van de kliniek.

Door het verlies aan controle en door het opnieuw falen tegenover mijn familie, omdat ik mijn eetstoornis niet kon overwinnen, liepen mijn emoties hoog op en ik zocht andere manieren om de controle te herwinnen. Ik begon opnieuw met zelfbeschadiging. Naarmate de tijd vorderde, werd ik steeds onrustiger en angstiger op de afdeling omdat ik mij niet kon uiten en de chaos aan gedachtes in mijn hoofdje tot een hoogtepunt opliep.

Tijdens een onbewaakt moment van het kantoor, toen beide verpleegsters waren weggerend naar een patiënt waarmee het niet goed ging, rende ik naar het kastje met sleutels naast het bureau van de verplegers en verpleegsters. Ik nam de reservesleutel uit de kluis en sidderend van angst, paniek en woede wachtte ik mijn kans af om weg te komen.

Op een avond tijdens een koffiepauze in de kliniek ben ik ontsnapt en heb ik de tien kilometer lange weg afgelegd van de kliniek naar mijn tante. Hoe ik haar huis ooit heb gevonden, is me nog steeds een raadsel want ik kende de weg amper, zeker in het donker was het me vrij onbekend. De sonde had ik uit mijn keel en neus getrokken en achtergelaten in het ziekenhuis op een bezoekerstoilet. De politie en ambulance hebben mij toen later weer terug gebracht naar de afdeling nadat mijn tante de schrik van haar leven had gekregen. De sleutel werd toen ik terug was nog steeds niet gemist en iedereen stond voor een raadsel hoe ik had kunnen ontsnappen. Ik was woedend door deze teleurstelling en begon me steeds eenzamer en wanhopiger te voelen.

Later heb ik me wel eens afgevraagd waarom ik zo graag wilde ontsnappen en de behandeling heb geweigerd. Ik denk dat het kwam omdat ik de warmte miste om mij heen van mensen die van mij hielden, omdat ik in mijn herinneringen terug ging naar de tijd dat ik nog gelukkig was en koortsachtig op zoek was naar iets van vroeger wat me een sprankje geluk gaf. Ik vond de behandeling mensonterend en er was geen ruimte voor uitleg of een alternatieve methode.

Voor een kind is het daarnaast ook heel moeilijk om zonder familie te zijn en daarmee te moeten leven, om niet te kunnen uithuilen bij je vader of moeder, om geen steun te kunnen ontvangen van je zusje of broertje. Niemand begreep waarom ik mezelf dit aandeed en ik voelde mij reddeloos verloren.

Voordat ik de tweede keer ontsnapte, kreeg ik te horen dat ik nog eens vier weken extra sondevoeding moest krijgen omdat ik niet genoeg aankwam. Mijn moeder belde meteen, bezorgd als ze was dat ik mezelf iets zou aandoen na het horen van dit bericht of dat ik weer een poging tot ontsnapping zou doen. Maar ik was ijzig kalm. Niemand maakte zich zorgen dat ik het nog eens zou doen en ze verzekerden mijn moeder dat ik het goed oppakte. De sleutel zat nog steeds diep weggeborgen in mijn jasje en ik sidderde van binnen van woede en verdriet.

Toen het koffietijd werd in de ochtend en iedereen druk aan de weer ging in het kantoor, de keuken en in de woonkamer, zette ik het op een lopen. Ik stak de sleutel in het slot, gooide de beveiligde deur achter me dicht en rende voor mijn leven.

Ik moest weg, voorgoed weg. Naar een andere plek, naar een ander land waar niemand mij kon vinden. Wat ik daar moest doen of gaan doen, wist ik niet. Maar mijn leven was in mijn ogen al voorgoed verwoest en ik wilde mijn vrijheid terug. Vrijheid, één van de mooiste dingen die zowel mens als dier kunnen bezitten, was het enige wat ik nog had en kon hebben, en wat ik wilde koesteren. Ik wist dat ik zou sterven zonder hulp, maar dan zou ik tenminste sterven in vrijheid. Onderweg in het ziekenhuis, terwijl ik koortsachtig rende door de ellenlange gangen, kwam ik nog een meisje tegen van mijn afdeling die met grote ogen van ontzetting naar mij staarde. Haar ogen, vol van angst, verdriet en verwarring, vergeet ik nooit meer.

Ik ontdeed me van de sonde in het toilet van het ziekenhuis naast mijn kliniek en rende regelrecht naar het Centraal Station waar ik de trein naar Groningen nam. Zo ver mogelijk moest ik weg. Niemand mocht mij ooit nog vinden. Natuurlijk had ik geen geld, dus ook geen kaartje voor het openbaar vervoer en angstig zat ik daar te wachten totdat de conducteur zou komen.

Na een tijd kwam de conducteur natuurlijk controleren op vervoersbewijzen en hij vroeg mij waar mijn kaartje was. Ik stamelde dat ik die onderweg was verloren, en dat ik op weg was naar mijn oma. Ik keek natuurlijk erg verward en angstig, ik zag er bleek en broos uit. De conducteur was verrassend genoeg helemaal niet boos en hij zei dat ik dan in Gouda maar een nieuw treinkaartje moest gaan halen.

En toen gebeurde het bijzondere moment. Ik geloof dat wij niet alles kunnen verklaren, dat er momenten zijn in ons leven dat er soms een onzichtbaar iemand over onze schouder meekijkt en iets laat gebeuren waardoor wij gered (kunnen) worden, dat dat speciale moment ons verlichting brengt en hoop. Een engel op aarde leek er toen voor mij te verschijnen.

Het was vijf graden buiten en het regende toentertijd in februari. Een jas had ik niet, alleen een vest had ik aan. Ik had het verschrikkelijk koud in eerste instantie, maar uiteindelijk voelde ik dat ook niet meer.

Plotseling kwam er een meneer naast me lopen die achter mij in de trein had gezeten. Hij zei: "meisje toch, waar moet je naar toe dan?" Ik zei: "Meneer, ik moet naar Groningen, naar mijn oma en ik heb geen geld meer voor een kaartje." Ik huilde bittere tranen van angst. Hij zei: "Nou, wacht dan maar even hier, dan ga ik even geld pinnen voor je kaartje." Verbaasd keek ik de meneer aan en hij holde weg. Een paar minuten later was hij er weer met een briefje van 50 euro. Hij zocht voor mij uit hoe ik naar Groningen moest komen en welke trein ik moest nemen. Hij kocht een kaartje voor mij naar Groningen en verwonderd keek ik hem aan. Hij gaf mij een hand en zei: "Het ga je goed en veel plezier bij je oma. Ik moet weer naar mijn werk." Toen verdween hij weer in de mensenmassa.

Verdwaasd was ik door dit ontzettend vriendelijke gebaar, want ik was het niet meer gewend dat iemand zoiets voor mij wilde doen. Ik was per slot van rekening afzichtelijk en ik deed er niet toe. Later heeft de politie dit moment kunnen zien op beveiligingscamera's in de stationshal in Gouda. Wie de meneer is of hoe hij heette, is niemand ooit achter gekomen maar ik kan hem wel voor eeuwig bedanken door deze vorm van naastenliefde.

Deze gebeurtenis zal ik me altijd blijven herinneren. Deze meneer heeft mij laten zien dat ik er toe deed, dat hij bereid was zoiets ontzettend aardigs voor mij te doen. Dat hij erkende dat ik bestond en dat hij mij misschien ook wel in bescherming wilde nemen door mij te helpen. Een daad van groothartigheid was dit. Voor mij was hij op dat moment een engel, een engel op aarde, die mij dat sprankje geluk liet voelen. Er zijn in mijn leven nog wel meer bijzondere momenten gebeurd, maar dit is iets wat ik voor altijd in mijn hart heb gesloten.

Hoe is het verhaal daarna afgelopen?
Na drie dagen heeft men mij kunnen traceren in Smilde waar ik tijdelijk was opgenomen op een gesloten afdeling, in de bosrijke gebieden van Drenthe. Ik keek mijn ogen uit tussen al dat groen en alle dieren die daar leefden rondom de kliniek. Ik had namelijk een overdosis aan medicatie genomen in Groningen en de politie had mij op straat gevonden met slechts enkele bezittingen. Niemand wist wie ik was en dankzij de vele berichtgeving door mijn ouders over mij dat werd verspreid via radio en andere media, heeft men mij weer kunnen vinden, levend en wel.

Toch heeft de meneer op het treinstation in Gouda een speciaal plekje in mijn hart. Ik ben zijn naam nooit te weten gekomen of waar hij nu precies werkt. Dat doet er ook niet toe. Voor het eerst was er iemand die door mij heen keek en zag dat ik bang was, dat ik hulpbehoevend was en behoefte had aan steun en bescherming. Hij verafschuwde mij niet, wees mij niet na, staarde niet naar mij, maar wilde mij helpen. En dat gebaar, zijn onbaatzuchtigheid, zal ik nooit vergeten en neem ik tot op de dag van vandaag mee in de dingen die ik dagelijks doe.