Blog Danique "Wat heb ik mij alleen gevoeld…”

 
Gedurende bovenstaande beschrijving was ik al bij de hulpverlening bekend. De eetstoornis is duidelijk zichtbaar geweest, maar verdween nu naar de achtergrond. Het is tegelijkertijd mijn kracht en mijn zwakte geweest dat ik mijn problemen heel goed verborgen wist te houden. Terwijl ik ontzettend graag hulp wilde. Ik wilde niets liever dan gezien en geholpen worden, zodat ik het leven weer aan zou kunnen en kon bouwen aan een mooie toekomst. Hier gaf ik stille hints toe, maar deze werden maar door weinig leerkrachten opgevangen. Zij zagen geen ondergewicht meer en hadden dus het idee dat het beter ging.

Is er in mijn geval iemand geweest die een fout heeft gemaakt? Nee, veel eetstoornissen zijn onzichtbaar en veel leerlingen kunnen hun eetstoornis heel goed verborgen houden. Niet eens omdat ze niet gezien of geholpen willen worden, maar vaak omdat ze bang zijn of zich schamen voor hun problemen. Leerlingen met een onzichtbare eetstoornis hebben vaak het idee niet goed genoeg te zijn. Zij hebben, naar eigen zeggen, een 'nep-eetstoornis' of zijn niet ziek genoeg (Bruijn, 2012). Dit beeld wordt bevestigd wanneer de omgeving niet ziet dat het niet goed gaat of de voorzichtige signalen niet opvangt.

Soms zijn er wel signalen zichtbaar. Zie je dat een leerling maaltijden overslaat of extreem veel/ weinig eet of drinkt. Soms zie je een leerling opvallend afvallen of aankomen, zie je dat iemand bijzonder actief of sportief wordt en zie je resultaten dalen of trekt een leerling zich terug (Hoek & Elburg, 2014). Dit zijn signalen waaraan je als leerkracht kan zien dat er iets niet goed gaat. Signalen die zorgen op kunnen roepen en die kunnen maken dat je de betreffende leerling in de gaten wilt houden of zelfs wilt spreken. Maar wat als al deze signalen niet zichtbaar zijn?
Wat als een leerling er steeds vaker vermoeid uitziet? Wat als een leerling steeds wijdere kleding begint te dragen? Als een leerling steeds vaker rode of waterige ogen en/ of kapotte knokkels heeft? Als de huid en/ of het haar er slechter uit gaat zien (Stewart, 2010)? Wat doe je wanneer een leerling opvallend vaak over (goed/ slecht) eten praat of (extreem) gezond gaat eten? Wanneer gaat het opvallen dat een leerling altijd verdwenen is tijdens eetmomenten, onrustiger wordt of juist ontzettend hard aan school gaat werken? Wat doe je met perfectionistische leerlingen en leerlingen met een grote controlebehoefte?Zou je dan denken aan een eetstoornis? Zou je bezorgd zijn om een leerling die altijd vrolijk en aanwezig is en heel hard aan school werkt?

Bovenstaande punten kunnen symptomen van een (beginnende) eetstoornis zijn (Grumman Bender, 2011). Veel jongeren met een eetstoornis behouden altijd een gezond gewicht, maar hebben wel een serieus probleem. Dit zijn leerlingen die je in eerste instantie misschien niet opvallen, maar die wel zichtbaar zijn. Zo lang je goed blijft kijken. Eerder kwam al aan bod dat jongeren hun eetstoornis in eerste instantie verborgen houden. Ze schamen zich er voor of willen niet opvallen. Pas wanneer ze zelf inzien dat het echt niet langer gaat of wanneer het duidelijk zichtbaar wordt, komt de hulpverlening op gang. Soms dan, omdat lang niet iedereen met een eetstoornis gezien en geholpen wordt. Het probleem wordt niet gezien of niet serieus genomen omdat het nog 'niet ernstig genoeg' zou zijn.

"Mijn eetstoornis leek in eerste instantie ook niet erg genoeg. Op het moment dat de hulpverlening op gang kwam, was er weinig aandacht voor de eetproblematiek. Dit was een 'fase' die 'vanzelf' wel weer over zou gaan. Totdat mijn eetstoornis ernstiger werd en ineens op school en binnen de hulpverlening alle alarmbellen af gingen. Zonde, want inmiddels heeft onderzoek ook aangetoond dat op een vroege signalering een snellere en betere genezing kan volgen (Stoeten, 2014)."

Juist door goed naar de leerlingen te (blijven) kijken, kan je ze tijdig in de gaten houden of in gesprek met ze gaan. Elke kleine vertwijfeling, elke verandering in gedrag en elk vraagteken dat door collega's of jezelf gezet wordt is van belang. Vaak hebben leerlingen zelf nog niet door wat er aan de hand is of weten ze zich geen raad met wat ze voelen of denken. Op school maken kinderen ontzettend grote veranderingen door en dat kan ze onzeker maken. Juist door deze onzekerheid zullen ze zelf niet snel aan de bel trekken, terwijl veel leerlingen het wel fijn vinden om hun verhaal kwijt te kunnen (Swaab, 2012).

"Zelf vond ik het vooral prettig wanneer een leerkracht een praatje met mij maakte. Dit mocht over het eten gaan, maar ook over alledaagse zaken. Ik wist zelf lange tijd niet waar ik de eetstoornis voor nodig had en dan is het fijn wanneer er ook van buiten de hulpverlening interesse getoond wordt. Dat iemand je af en toe vraagt hoe het gaat en oprecht geïnteresseerd is in jouw welzijn. Het heeft voor mij veel betekend dat er leerkrachten waren die probeerden te begrijpen wat het stoppen met eten voor mij betekende en hoe dit in mijn hoofd werkte. Zij wilden deelgenoot worden van de dingen die ik lastig vond, waardoor ik de destructieve uitwegen minder nodig had."


Natuurlijk werkt dit voor iedere leerling anders, maar veel leerlingen zijn er gebaat bij wanneer je oprecht geïnteresseerd bent in hun welzijn en verder kijkt dan eventueel opvallende kenmerken. Als buitenstaander zal je misschien niet begrijpen wat de leerling met een (beginnende) eetstoornis voelt, maar je kunt wel interesse tonen in de gedachtegang van deze leerling en de leerling laten weten dat zij er mag zijn en haar verhaal kwijt kan. Om echt hulp te kunnen bieden, zal je het vertrouwen van de betreffende leerling moeten winnen en zal de leerling in kwestie zich veilig moeten gaan voelen (T.Hooijmaaijers, Stokhof, & Verhulst, 2012). Zodra die basis aanwezig is, kan je met de leerling jouw zorgen bespreken en eventueel zelfs samen de ouders inlichten of op zoek gaan naar een passende hulpvorm.

Iedere leerling wil graag gezien en gehoord worden, ook de leerling die zich verstopt achter een eetstoornis. Kijk zonder oordeel naar de leerlingen. Neem de kleine signalen serieus. Gaat een leerling steeds harder werken, verstopt ze zich achter een aanwezig en vrolijk masker, gaan er lichamelijk veranderingen opvallen, verdwijnt ze letterlijk of figuurlijk uit zicht? Houdt de leerling dan in de gaten en ga het gesprek aan. Toon interesse in de leerling en spreek je eigen gedachten, zorgen en twijfels uit. De leerling zal het meer waarderen dat je eerlijk aangeeft iets niet te weten, dan wanneer je met allerlei aannames komt. Zodra een leerling zich gezien voelt, is er ruimte voor een gesprek en, wanneer dit nodig is, zelfs een ingang om hulp te bieden.

De eerste stappen in genezing van een eetstoornis zijn de problemen onder ogen gaan zien en deze vervolgens serieus nemen (Costin & Schubert Grabb, 2011). Daar kan je als leerkracht een belangrijke rol in spelen door de leerling te zien zoals ze is en door haar serieus te nemen. Zeker wanneer je geen hulpverlener bent. Je hoeft de eetstoornis niet op te lossen, maar kunt de leerling wel ondersteunen in het proces van (h)erkenning en een eventuele zoektocht naar hulp. Want, zoals eerder gezegd, een vroege signalering kan van groot belang zijn.

Buro PUUR traint schoolprofessionals zoals mentoren bij het vroegsignaleren én het voeren van gesprekken met leerlingen. Ook verzorgt Buro PUUR voorlichtingslessen, waarbij het doel is leerlingen in nood zichtbaar te maken én hulp aan te bieden. De handleiding voor ouders alsook voor broers en zussen is voor iedereen gratis down te loaden. Ook is er een handleiding voor professionals waarin het signaleringsmodel is opgenomen.