Omgeving waar eetstoornissen het vaakst voorkomen

De meeste onderzoeken naar het voorkomen van eetstoornissen zijn uitgevoerd in Westers geindustrialiseerde landen. Derhalve zijn de onderzoeksresultaten ook op deze landen van toepassing. Er vinden diverse onderzoeken plaats om vast te kunnen stellen of de cijfers ook van toepassing zijn op andere landen.

Westerse ziekte? (bron RIVM)

Sinds de jaren tachtig zijn er diverse studies verschenen over het voorkomen van eetstoornissen in niet-westerse landen zoals China, Zuid-Korea, India en Zuid-Afrika. Anorexia blijkt in niet-westerse landen ook voor te komen (Keel & Klump, 2003). Wel is er bij de anorexia-patiënten in niet-westerse landen veel minder sprake van bezorgdheid om het gewicht. Anders gezegd: het slankheidsideaal lijkt wel een typisch westers probleem (Keel & Klump, 2003). Mogelijk toename boulimia in niet-westerse landen Boulimia nervosa komt in niet-westerse landen minder voor. Uit de beschikbare data bestaat echter wel de indruk dat zodra een land zich op industrieel gebied ontwikkelt en de westerse consumptiecultuur en normen hun intrede doen, er ook een toename van het aantal patiënten met boulimia te zien is (Keel & Klump, 2003). De hypothese is dat de positie van vrouwen in deze landen verandert. Hun traditionele rol wordt een rol die meer gericht is op competitie en het bereiken van beroepsmatig succes, wat met tegenstellingen en conflicten gepaard kan gaan. In combinatie met veranderde eetgewoonten en het westerse slankheidsideaal kan dit tot de ontwikkeling van een eetstoornis leiden (Gordon, 2001).

Platteland versus stad

Op basis van een onderzoek uitgevoerd in Nederland is aangetoont dat boulimia nervosa 5 maal zoveel in de grote stad voorkomt dan op het platte land. Daarnaast is boulimia nervosa 2,5 maal zoveel waargenomen in verstedelijkt gebied ten opzichte van het platte land. Voor anorexia nervosa is er geen verschil tussen het platte land en de stad waargenomen. De resultaten zijn gebaseerd op de waarnemingen van zo'n 60 huisartsen gedurende twee maanden. Twee mogelijke verklaringen voor de resultaten zijn migratie (de trek van jongeren naar de stad voor het volgen van onderwijs) en anonimiteit (leven in de stad is anoniemer). Het onderzoek is te raadplegen via: Van Son, Van Hoeken, Bartelds, Furth, Hoek (2006) Urbanisation and the incidence of eating disorders. British Journal of Psychiatry. Vol 189 (6), p562-563.