Perfectionisme

Uit onderzoek door Charlotte Bijkerk, Human Concern, is gebleken dat de gemiddelde cliënt met een eetstoornis een hoger gemiddeld intelligentie quotiënt (IQ) heeft. In samenhang daarmee blijkt dat mensen met een eetstoornis ook vaker een hoge opleiding volgen in vergelijking met anderen. Weer andere onderzoeken suggereren dat de mate van perfectionisme deze schoolprestaties verklaren.

Het blijkt dat mensen met een eetstoornis vaak als overeenkomstig kenmerk een hoge mate van perfectionisme nastreven. Daar hangt mee samen dat deze mensen veel van zichzelf eisen (er hoge standaarden op na houden) en in hoge mate volhardend zijn.[3] Perfectionisme lijkt een lastige eigenschap te zijn wanneer je wil genezen van een eetstoornis. De vraag is hoe je de zogenaamde tegenwerkende karaktereigenschappen kan inzetten om de weg te vinden naar het herstel van de eetstoornis.

Hamacheck (1978) suggereert dat er twee vormen van perfectionisme bestaan: een positieve vorm van perfectionisme waarin mensen genieten in het nastreven van een perfectionistisch doel en de negatieve vorm - of ook wel neurotische perfectionisme- waarin mensen last hebben van hun perfectionistische streven. Bij deze laatste vorm van perfectionisme hoort een continue knagende twijfel aan de eigen capaciteiten en een permanente angst om fouten te maken.

De eigenschappen die genoemd worden bij mensen met een eetstoornis hoeven niet per sé negatieve eigenschappen te zijn. Zo kan positieve of functionele perfectionisme een drijfveer zijn om te doen wat je altijd al hebt willen doen! Of wellicht is het juist de drijfveer om uiteindelijk van je eetstoornis te genezen. Belangrijk is om te leren hoe je de eigenschap op een gezonde en functionele manier inzet, zodat je ook daadwerkelijk kan genieten van je eigen unieke eigenschap!

Klik hier voor een artikel over perfectionisme.

In de Multidisciplinaire Richtlijn (2006) is opgenomen dat prestatiegerichtheid vaker voorkomen in de voorgeschiedenis van mensen met eetstoornissen vergeleken met een normale controlegroep en met een psychiatrische controlegroep. Bij anorexia nervosa wordt het streven naar een steeds magerder lichaam ervaren als een belangrijke prestatie en dragen perfectionistische trekken ertoe bij dat deze vrouwen steeds verder willen gaan en zelden tevreden zijn met het behaalde resultaat. Fairburn e.a. noemen perfectionisme ook als factor die boulimische pathologie instandhoudt door het strenge lijngedrag dat ten grondslag ligt aan de cyclus van de eetbuien en het purgeren. Meta-analyse van prospectieve onderzoeken ondersteunt de hypothese dat perfectionisme een risicofactor voor boulimische pathologie is en een versterkende (maar geen voorspellende) factor voor de ontwikkeling van eetstoornissen. In verder onderzoek lijkt steeds vaker bewijs gevonden te worden dat perfectionisme met andere risicofactoren samen de kans op het ontwikkelen van een eetstoornis vergroot.

In het de review van Jacobi e.a. wordt perfectionisme daarentegen niet als risicofactor in de voorgeschiedenis genoemd, maar als factor die sterk gecorreleerd is met het hebben van een eetstoornis.

In het tijdschrift voor psychiatrie 49 (2007) is een onderzoek gepubliceerd dat het belang aantoont van onderscheid tussen maladaptief en adaptief perfectionisme in de context van eetstoornissen. Vooral maladaptief perfectionisme, dat gekenmerkt wordt door aanhoudende twijfels over gedrag en bezorgdheid over het maken van fouten, de betekenis van perfectionisme bij eetstoornissen blijkt te discrimineren tussen patiënten met een eetstoornis en ‘normale’ leeftijdgenoten. Maladaptief perfectionisme blijft ook na behandeling verhoogd aanwezig in vergelijking met een controlegroep, wat een rol kan spelen als risicofactor voor terugval.