Marloes en team

Nathan Willemsen, Renca van Geel, Agnes Jonkman, Kathelijne van Doorn en Marloes Rauws van de opleiding SPH Rotterdam hebben het volgende in hun opdracht voor hun opleiding geconcludeerd:

SAMENVATTING
In het vooronderzoek is naar voren gekomen dat passende ondersteuning voor jongeren met eetproblematiek vanuit scholen niet altijd vanzelfsprekend is. De jongeren zelf geven aan niet altijd de gewenste ondersteuning te krijgen vanuit school, wat grote gevolgen kan hebben voor hun welzijn, en zelfs kan leiden tot een terugval. De scholen geven aan dat zij o.a. kennis missen waardoor handelingsverlegenheid optreedt. Sommige scholen hebben een maatschappelijk werker, zorgcoördinator, jeugdverpleegdkundige e.a. ‘sociale werkers’ in dienst, maar ook zij geven aan nog sturing te missen om gepaste hulp te bieden. Er zijn informatievoorzieningen beschikbaar, maar hier wordt (nog) geen gebruik van gemaakt. Er was onduidelijkheid over wat belangrijk is in de ondersteuning aan jongeren met eetproblematiek, en hoe hiernaar te handelen.

Scholen geven aan graag openheid te willen zodat alle belangrijke betrokkenen op de hoogte zijn van de situatie van de leerling met de eetproblematiek. Met openheid wordt de openheid tussen school en de leerling, tussen school en de professionele hulpverlening, tussen school en de ouders, en tussen de leerling en de ouders bedoeld. Openheid vanuit de leerlingen is nodig om ondersteuning te kunnen geven; geheimen kunnen niet opgelost worden. Openheid vanuit ouders is gewenst zodat er samen op elkaar kan worden afgestemd en via de ouders vragen kunnen worden doorgespeeld naar de professionele hulpverlening. Openheid vanuit de professionele hulpverlening is gewenst om kennis en inzicht te verkrijgen vooral over de mogelijke draaglast en draagkracht van een leerling met eetproblematiek. Dit is belangrijk zodat een passend programma of ondersteuning kan worden geboden aan de leerling om school te kunnen (blijven) volgen mogelijk in combinatie met een behandeling.

Zorgprofessionals geven eveneens aan dat contact, informatie-uitwisseling en samenwerking tussen scholen en professionele hulpverlening belangrijk is. Ook benoemen zij dat kennis en het inzicht bij docenten belangrijk is om tot goede ondersteuning te kunnen. Kennis en inzicht over de problematiek, het signaleren ervan, welke invloed het heeft op een leerling en de omgeving, maar ook kennis over de leerling zelf; wat er allemaal speelt. Daarnaast worden een aantal belangrijke houdingsaspecten benoemd; oprechte interesse, openheid, veiligheid, betrokkenheid, vertrouwen en laagdrempeligheid. Ten slotte wordt ook benoemd dat het belangrijk is dat er verder wordt gekeken dat alleen de eetproblematiek. Kijken naar krachten, hobby’s en het sociale netwerk worden hier bijvoorbeeld bij genoemd.

Jongeren die kamp(t)en met eetproblematiek geven aan dat zij eigen regie binnen de ondersteuning vanuit school heel belangrijk vinden. Zij willen zelf aangeven wat ze kunnen en willen, wat wordt gedeeld met klasgenoten en anderen, en welke acties mogen worden ondernomen. Daarnaast vinden zij het eveneens belangrijk dat docenten kennis en inzicht hebben over eetproblematiek, maar dat er in het contact vooral ook over andere onderwerpen gepraat kan worden. Ze willen graag dat er écht naar hun geluisterd wordt, dat ze serieus genomen worden en dat er begrip getoond wordt. Het behoud van sociale contacten, zoals bijvoorbeeld het contact met klasgenoten, wordt ook genoemd. Door de eetproblematiek en de mogelijke stigma’s hierbij, wordt de wereld van de leerling steeds kleiner en kan uitsluiting op de loer liggen. Ze vragen ondersteuning vanuit school bij het behouden van sociale rollen en het kunnen voortzetten van het schooltraject.