Als ouder het gesprek aangaan: tips en valkuilen

Bij het in gesprek gaan met je kind over anorexia (maar ook bij andere eetstoornissen) zijn er een aantal dingen die je als ouder kunt onthouden:

  • Allereerst is het van belang om de eetstoornis niet te ontkennen. Vooral in de beginfase van anorexia kan het herstelproces van je kind hierdoor vertraging oplopen (Bos, Conijn & Raymakers, 2014).
  • Natuurlijk gaan er veel emoties door je heen, waaronder boosheid. Er is wel een verschil tussen boos zijn vanuit liefde en boos zijn vanuit verwijten. Wanneer je in gesprek gaat met je kind mag hij of zij best weten dat je je onmachtig voelt, maar probeer dit bij jezelf te houden (ik vind het lastig dat….., ik voel mij onmachtig) Maak dit dan ook bespreekbaar. Een belangrijke tip: laat je kind weten dat je van hem of haar houdt, maar dat je het gedrag van het kind afwijst (Bos, Conijn & Raymakers, 2014).
  • Het gebruik maken van  dreigementen zal je kind verder van je weg duwen probeer diegene te begrijpen en het gesprek samen aan te gaan.
  • Pas ook op met het beloven van wonderen. Kind en ouder zijn niet zomaar bij het einddoel. Dit geldt ook voor het herstel. Herstel is niet gemakkelijk en het is niet iets waar een kind zomaar even geholpen kan worden.
  • Behandelin je kind niet als zielig, je kind kan dit zien als veroordelend. Iedereen kan veranderen, dus ook jouw kind. Als je niet gelooft in herstel kan dit het herstelproces van je kind vermoeilijken (Bos, Conijn & Raymakers, 2014).
  • Daarnaast zullen er verschillende opmerkingen zijn die pijn kunnen doen. Dit zijn vaak de bekende opmerkingen. Zonder dat je het in de gaten hebt, kunnen deze opmerkingen veel pijn doen (Bos, Conijn & Raymakers, 2014). Denk aan:
    • ‘’Je bent toch helemaal niet dik!’’
    • ‘’Wat is nu je gewicht?’’
    • ‘’Goh, volgens mij ben je weer dikker geworden, he?’’
    • ‘’Zorg nou eerst maar dat je tien kilo aankomt.’’
  • Geef je kind ook de ruimte. Er is maar één persoon die kan kiezen om te herstellen, en dat is je kind. Wat je als ouder kunt doen is je kind daar zo goed mogelijk bij helpen. Steun is voor kinderen van onschatbare waarde (Bos, Conijn & Raymakers, 2014).
  • Wat ook kan helpen is om eens vanuit een ander oogpunt te kijken. Neem jezelf als ouder eens onder de loep. Misschien kun je eens op een andere manier naar je kind kijken. Ga ook eens na hoe je luistert. Luister op een manier waarop je kind zich gehoord voelt. Dit is misschien lastig, maar ga voor jezelf eens na: wanneer voel ik mij écht gehoord (Bos, Conijn & Raymakers, 2014)? Een aantal dingen kunnen je hierbij helpen, lees dit echter als suggusties en bekijk wat passend is voor jou als ouder:
    • Geef aan dat je hebt gehoord wat je kind zei;
    • Vat het verhaal wat je kind je heeft vertelt samen;
    • Toon begrip voor wat je kind voelt en vindt;
    • Geef aan wat je als ouder voelt en denkt en dat deze gevoelens en gedachten wel eens kunnen verschillen met dat van je kind.
  • Neem je kind ook eens onder de loep. Hoe goed ken je je kind? Wat zijn je kind zijn of haar interesses, gedachten, gevoelens of angsten? Wat vindt hij of zij fijn en wat niet? Hoe gaat het nu écht op school? Wees daarnaast ook geïnteresseerd in wat je kind je vertelt. Laat merken dat je je kind hebt gehoord en vraag door. Hoe goed ken je bijvoorbeeld de vrienden van je kind (Bos, Conijn & Raymakers, 2014).
  • Laat ook weten dat je er bent voor je kind. Als ouder weet je niet precies hoe de ‘reis’ eruit ziet, maar geef aan dat je bereid bent om met elkaar op pad te gaan. Je zult zien dat je kind zich enorm gesteund voelt, want hij of zij staat er dan immers niet alleen voor (Bos, Conijn & Raymakers, 2014).
  • Verder is het van belang om geduld te hebben.  Om geduld te hebben in moeilijke periodes kun je, je kind veel steun geven. Het tempo van het herstel is per kind verschillend, en dat vraagt soms veel geduld. Natuurlijk moet het geduld niet alleen vanuit jou als ouder komen, maar ook vanuit je kind. Je kunt je kind bijvoorbeeld uitleggen wat je leert met vallen en opstaan. Daarnaast zijn er behandelaren die er vanuit gaan dat een eventuele ‘terugval’ bij het proces hoort. Het accepteren van een eventuele ‘terugval’ zorgt voor rust en geduld (Bos, Conijn & Raymakers, 2014).
  • Vraag ook regelmatig hoe je kind zich voelt. Hiervoor is een zogenaamd G-schema opgesteld. Een G-schema is een onderdeel van cognitieve gedragstherapie. Het G-schema wordt vaak gebruikt in de hulpverlener, maar kan voor ouders ook erg handig zin. De ‘G’ van G-schema staat hierin voor de voorletters van de onderwerpen waar je het over kunt hebben:
  1. Gebeurtenis: Er vindt iets plaats in de omgeving van je kind.
  2. Gedachten: Je kind heeft hier bepaalde gedachten bij.
  3. Gevoel: Je kind heeft bij deze gedachten bepaalde gevoelens.
  4. Gedrag: Op basis van het gevoel dat je kind ervaart kiest hij of zij voor bepaald gedrag.
  5. Gevolg: Dat gedrag heeft bepaalde consequenties.

Je kind kan zo leren welke gedachten en gevoelens hij of zij heeft bij bepaalde gebeurtenissen of situaties. Naast het bespreken van bovenstaande onderwerpen kan er ook gekeken worden naar hoe reëel dit is. Kloppen je gedachten en gevoelens? Je kind kan zo leren om handiger met een gebeurtenis of situatie om te gaan. Vaak verklaart het gevoel, bijvoorbeeld verdriet of eenzaamheid, ook het gedrag van je kind bij bepaalde gebeurtenissen.  Luister naar wat je kind zeg en doe niet alsof je het begrijpt, dit voelt je kind vaak haarfijn aan. Wees ook eerlijk en geef aan dat je je niet kan voorstellen hoe iets is, maar dat je wel graag wilt leren hoe iets zit (Bos, Conijn & Raymakers, 2014).

  • Tot slot helpt het je om je beperkingen aan te geven. Je kunt als ouder niet alles. Geef aan wat je wel en wat je niet kunt zodat je kind hier een realistisch beeld van heeft. Je weet niet alles en dit mag je kind best weten. Let hierbij wel op de formulering, want je wil je kind natuurlijk niet opzadelen met de problemen die je ervaart als ouder (Bos, Conijn & Raymakers, 2014).

 

Gebruikte literatuur

Bos, P., Conijn, B., & Raymakers, L. (2014). Wat als mijn kind een eetstoornis heeft? Handleiding voor ouders door ouders. Den Haag: Opmeer Drukkerij bv.