Algemene gesprekstips

Je merkt soms dat vragen bij je kind verkeerd aankomen en dat deze als vervelend worden ervaren. Het is dan misschien lastig om de juiste vragen te stellen. Een aantal tips voor het stellen van vragen (Lang & van der Molen, 2012):

  • Vermijd ‘waarom?’ vragen. Deze worden over het algemeen als aanvallend beschouwd. Gebruik in plaats van waarom: ‘Om welke reden…?’ of ‘Hoe komt het dat…?’.
  • Stel open vragen. Open vragen zijn vragen waar geen ‘ja’ of ‘nee’ op geantwoord kan worden. Ze beginnen vaak met: hoe, wat, welke, wie, in hoeverre, wanneer etc. Je zult zien dat je kind je veel meer informatie zal geven dan bij een zogenaamde gesloten vraag, waar je wel ‘ja’ of ‘nee’ op kunt antwoorden. Gesloten vragen beginnen doorgaans met een werkwoord, bijvoorbeeld: ‘Heb je…?’, ‘Wil je…? Of ‘Ga je…?’.
  • Stel niet alleen vragen. Probeer ook te reflecteren op wat je kind zegt: ‘Ik zie dat je je … voelt’, ‘Ik merk dat dit wat met je doet’. Hierdoor voelt je kind zich begrepen. Laat ook merken wanneer je vindt dat je kind iets goed doet: ‘Wat knap van je dat…’, ‘Ik zie dat je je best hebt gedaan’ of ‘Dat is een sterke kant van je’.
  • Wees zo weinig mogelijk aan het woord. Wanneer je de juiste vragen stelt, zul je zien dat je kind je veel kan vertellen. Jouw kind is de expert. Alleen hij of zij kan je vertellen hoe iets zit. Laat daarom ook stiltes vallen, dit zet iemand aan het denken.

 

Gebruikte literatuur

Lang, G., & van der Molen, H.T. (2012). Psychologische gespreksvoering: een basis voor hulpverlening. Boom/Nelissen: Amsterdam.