Soorten interventiemogelijkheden

De meest voorkomende interventies worden hieronder weergegeven en kort toegelicht:

  • Individuele therapie: therapie met een hulpverlener die verschillende technieken uit psychotherapie gebruikt, zoals psychodynamische therapie, cognitieve gedragstherapie, interpersoonlijke therapie en dialectische gedragstherapie (Jansen & Elgersma, 2007).
  • Psychodynamische therapie: therapie waarbij er wordt gezocht naar de onderliggende oorzaken van de eetstoornis. De patiënt vertelt over zijn of haar leven en de psychotherapeut helpt de eetstoornis te verklaren aan de hand van gebeurtenissen en situaties uit het verleden. Het achterliggende idee is dat wanneer de oorzaken worden achterhaald, dit ertoe leidt dat symptomen uiteindelijk verdwijnen (Jansen & Elgersma, 2007).
  • Cognitieve gedragstherapie: therapie met als doel het veranderen van gedrag en gevoel door middel van het veranderen van de manier van denken. Iemands manier van denken (cognitie) wordt hierbij onderzocht. Is er bijvoorbeeld sprake van afwijkende gedachten (irrationele gedachten) die iemand tegenhouden om te gaan eten? Het doel is om deze op te sporen en te vervangen door rationele gedachten, die eten niet in de weg staan. Cognitieve gedragstherapie is gericht op het hier en nu en kijkt niet naar eventuele oorzaken. De aandacht gaat uit naar factoren die de eetstoornis in stand houden. Een belangrijk onderdeel van cognitieve gedragstherapie bij eetstoornissen is dieetmanagement. Het doel van dieetmanagement is het normaal om leren gaan met voedsel en ‘gewoon’ eten. Veranderingen in eetgedrag vinden hierbij heel geleidelijk plaats (Jansen & Elgersma, 2007).
  • Interpersoonlijke therapie: therapie die het belang benadrukt van processen en gebeurtenissen die zich tussen mensen en de omgeving afspelen. Interpersoonlijke therapie gaat ervan uit dat een eetstoornis in stand kan worden gehouden door de sociale situatie van de patiënt. De relaties tussen de patiënt en belangrijke anderen staat centraal. Belangrijke anderen kunnen de patiënt helpen in het ziekteproces. Het doel is om het sociaal functioneren te verbeteren om zo de eetstoornissymptomen te verminderen (Jansen & Elgersma, 2007).
  • Dialectische gedragstherapie: therapie die een evenwicht probeert te vinden tussen acceptatie en verandering. Dialectische gedragstherapie combineert cognitieve technieken (verandering) met technieken uit het zenboeddhisme (acceptatie). Je leert sociale relaties in stand te houden en sociale vaardigheden te verbeteren, je emoties te reguleren en constructief om te gaan met teleurstellingen. Ook wordt er aandacht besteed aan mindfulness (Jansen & Elgersma, 2007).
  • Gezinstherapie: therapie die meestal plaatsvindt wanneer het om jonge patiënten (tot ong. 18 jaar) gaat. Het doel is het bewerkstelligen van verandering in de manier waarop gezinsleden met elkaar omgaan. Wanneer er sprake is van een eetstoornis binnen een gezin kan de eetstoornis centraal komen te staan en domineren de vervelende aspecten van de eetstoornis binnen het gezin. Er wordt gewerkt aan openheid, informatie en steun. Daarnaast wordt er aandacht besteedt aan het verminderen van kritiek en beschuldigen naar elkaar. Het gezin wordt geholpen in de omgang met een eetstoornis en de manier waarop ze elkaar kunnen steunen (Jansen & Elgersma, 2007).
  • Systeemtherapie:therapie waarbij naasten en betrokkenen van iemand (ook wel het systeem) met een eetstoornis worden betrokken. De kwetsbaarheden en krachten in een relatie via de eetstoornis worden zichtbaar. Men krijgt de ruimte om dit te bekijken en opnieuw op waarde te schatten. Alle personen in het systeem worden ‘gezien’ (HumanConcern, 2017).
  • Lichaamsbeeldtherapie (ook wel Psychomotorische therapie, PMT): therapie waarbij het lichaam en lichaamsbeeld centraal staan. Je wordt geconfronteerd met je eigen lichaam, bijvoorbeeld door middel van spiegels of video opnames. Zo wordt er gewerkt aan het ontwikkelen van een positiever lichaamsbeeld (Jansen & Elgersma, 2007).
  • Psycho-educatie: educatie waarbij er wordt gekeken naar de beschikbare kennis rondom de eetstoornis en de vragen die men heeft. Belangrijke onderwerpen zijn: de lichamelijke en psychologische gevolgen van de eetstoornis, de manier van compenseren, de effectiviteit en het gevaar van braken en laxeren, het slankheidsideaal, de stofwisseling, gewichtstoename en –afname, het effect van lijnen enzovoort. Het is geen aparte vorm van therapie maar komt vaak terug als onderdeel van verschillende therapieën of behandelingen (Jansen & Elgersma, 2007).
  • Medicatie: soms krijgen patiënten naast therapie of een andere behandeling ook medicatie. Dit kan gaan om medicatie die je eetlust versterkt of middelen om de stofwisseling te versnellen, maar ook om medicatie die je stemming verbeterd, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een depressieve stoornis naast anorexia (bijvoorbeeld antidepressiva bij depressiviteit of een antipsychotica bij een angststoornis: NAE, z.j.) (Jansen & Elgersma, 2007).
  • Zelfhulp: bij zelfhulp heeft de patiënt zelf de mogelijkheid om hulp te zoeken, bijvoorbeeld bij zelfhulpgroepen, zelfhulpboeken of door een internetbehandeling te volgen. Een zelfhulpgroep bestaat vaak uit lotgenoten. Zonder professionele hulp werken lotgenoten samen aan problemen die ze ervaren. Vaak wordt de groep begeleidt door een ervaringsdeskundige; dit is iemand die zelf een eetstoornis heeft gehad. (Jansen & Elgersma, 2007).
  • Yoga en mindfulness: Yoga en mindfulness zijn manieren om contact te maken met lichaam en geest. Het zorgt er onder andere voor dat je meer kunt genieten, beter met stress om kan gaan, meer energie hebt, beter in je vel zit, beter kunt omgaan met je emoties, je je beter kunt concentreren en dat je gezondheid beter wordt. Het is een vorm van behandeling waarbij je verschillende lichaamsoefeningen uitvoert (PuurNU, z.j.).

 

Gebruikte literatuur

HumanConcern, (2017). Systeemtherapie. Geraadpleegd op 20 maart 2017, van https://www.humanconcern.nl/behandelingen/systeemtherapie

Jansen, A., & Elgersma, H. (2007). Leven met een eetstoornis. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Nederlandse Academie voor Eetstoornissen. (z.j.). Zorgaanbod. Geraadpleegd op 20 maart 2017, van http://www.naeweb.nl/zorgaanbod.html

PuurNU. (z.j.). Wat en waarom Mindful Yoga. Geraadpleegd op 9 mei 2017, van http://www.puurnu.net/wat-en-waarom-mindfulyoga/