Serial multiple baseline single case serie studie naar Imaginaire rescripting bij patiënten met ondergewicht

Doel van dit onderzoek is na te gaan of behandeling van PTSS, in een eerdere fase tijdens de behandeling van Anorexia Nervosa of een eetstoornis NAO, tijdens ernstig ondergewicht, leidt tot een beter resultaat van de behandeling van de eetstoornis. De eerste fase van behandeling van anorexia nervosa en eetstoornis NAO bij ondergewicht, is een fase van gewichtsherstel. Veel mensen die lijden aan ondergewicht n.a.v. een eetstoornis vinden dit een moeilijke fase. Een deel van de mensen die deze behandeling ondergaat, maakt de behandeling niet af. Wij nemen aan dat dit onder andere komt doordat het ervaren van emoties (kan) veranderen tijdens de fase van gewichtsherstel. Zo kunnen ook PTSS klachten meer ‘voelbaar’ worden op het moment dat het gewicht stijgt. De huidige richtlijn geeft aan dat behandeling eerst gericht moet zijn op gewichtsherstel. Daarna zal behandeling op trauma kunnen plaatsvinden. Wij willen onderzoeken of het gelijktijdig behandelen van trauma ten tijde van gewichtsherstel mogelijk iemand beter dan wel sneller helpt. Als dit zo blijkt te zijn dan kunnen we de behandelingen hierop gaan aanpassen. Op deze manier hopen we dat in de toekomst nog meer mensen eerder beter worden door de behandeling.

De studie is een interventiestudie met meerdere baselijn evaluaties, evaluaties tijdens de behandeling, een follow-up fase en een follow up meting na drie maanden. De opzet van de studie is een ‘serial multiple baseline single-case series design’. Er is een naturalistische baseline periode tussen het moment dat de patiënt wordt geïnformeerd dat 'klinische behandeling' wordt geadviseerd en de start van de 'klinische behandeling'. Deze wachttijd tot opname is variabel waarbij in elk geval de drie weken voorafgaand aan opname wordt gebruikt als eerste baseline. De eerste drie weken van opname betreft vervolgens de tweede opvolgende baseline, waardoor alle patiënten in de studie een baselinelengte van tenminste zes weken hebben. Voorafgaand aan de studie vindt randomisatie plaats, IMRS start in week 4, 5, 6, 7 of 8 van klinische opname. Na zes weken IMRS volgt daarop de follow-up periode na twee weken, gevolgd door een laatste follow up meting na drie maanden.
Kwalitatieve gegevens worden verzameld, over de patiënt en de therapeutische ervaringen, met behulp van semi-gestructureerde interviews, intervisie observatie, video- of audio-opnamen van de sessies. Deze worden geclusterd met behulp van een thematische analyse (Barun, Clark, 2006) in lijn met de grounded theory benadering (Charmaz, 2000).

Meer info? Marieke ten Napel-Schutz, Amarum