hulp 500Indien de huisarts vermoeden heeft van een eetstoornis, is het mogelijk dat je kind in een hulptraject terecht komt. Het hulptraject begint over het algemeen met een intake. In de intake wordt er gekeken in welke mate de eetproblematiek een rol speelt in het leven van de persoon. Het diagnostisch gesprek (het gesprek waarin een eerste diagnose wordt gesteld) is vaak spannend voor de persoon met anorexia en vergt van een hulpverlener de juiste insteek voor de vertrouwensband. Om de eetstoornis te herkennen en te kunnen diagnosticeren zijn er een aantal instrumenten die kunnen worden ingezet in een intake. Zo is het belangrijk dat er wordt gekeken naar:

  • Wat het eetpatroon is: wat eet iemand op een dag.
  • Hoe iemand compenseert: bijvoorbeeld door overmatig sporten, braken of het gebruiken van laxeermiddelen etc.

Naast bovenstaande punten kan er tijdens een intake ook gebruik worden gemaakt van interviews en vragenlijsten. Daarnaast is het bij het diagnosticeren belangrijk dat er rekening wordt gehouden met psychiatrische comorbiditeit: het samengaan van anorexia met anderen psychiatrische stoornissen zoals depressie of angststoornissen, iets wat vaak voorkomt bij mensen met anorexia. Ook hiervoor kunnen hulpmiddelen worden ingezet zoals interviews of vragenlijsten (Vandereycken & Noordenbos, 2002).

 

Ervaringsdeskundige: ''Mijn intake bestond uit een hele dag bij zorgaanbieder X, waarin ik en mijn gezin verschillende hulpverleners spraken, zowel apart als gezamenlijk. Daarnaast heb ik een aantal vragenlijsten ingevuld. Aan het einde van de dag werd alle informatie verzameld en kwam zorgaanbieder X met een conclusie voor wat betreft de diagnostiek en daarnaast een advies voor behandeling. De conclusie was dat ik opgenomen moest worden, maar er was op dat moment geen plek. Daarom ging ik weer terug naar huis en kwam er gedurende een aantal weken bijna dagelijks een hulpverlener van zorgaanbieder X langs om mij en mijn gezin te ondersteunen.''

 

 

Vormen van behandeling

Hulp voor anorexia bestaat uit een groot aanbod van soorten behandelingen. De behandeling van anorexia bestaat vaak uit een combinatie van psychologische interventie(s)* en zorg gericht op de lichamelijke gezondheid. De huisarts kan allereerst doorverwijzen naar een instelling van de GGZ. Hiertoe behoren bijvoorbeeld psychologen, psychiaters, een polikliniek van een psychiatrisch ziekenhuis of een polikliniek van een algemeen ziekenhuis (PAAZ) (De Vos, 2004). Zie voor het hulpaanbod de zoekmachine van WEET, vereniging rond eetstoornissen.

Naast de instellingen van de GGZ zijn er ook de gespecialiseerde behandelcentra waar mensen terecht kunnen. In een dergelijk behandelcentrum zijn verschillende behandelingen mogelijk. Deze behandelingen zijn specifiek gericht op herstel van een gezond gewicht, gezond eetgedrag, een positiever lichaamsbeeld, meer zelfwaardering, het (opnieuw) aanleren van sociale vaardigheden en het werken aan eventuele bijkomende problemen. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen ambulante (ook wel poliklinische), klinische behandeling en deeltijdbehandeling. Bij de verschillende behandelingen zijn er verschillende interventiemogelijkheden.

 

Voorkeursbehandeling kinderen en jongeren

Voor kinderen en jongeren gaat de voorkeur uit naar een behandeling in de eigen omgeving. Daarnaast is gezinstherapie, systeemtherapie of meergezinstherapie een eerste keuze. Daarnaast is het aan te raden om terughoudend te zijn met het voorschrijven van (zware) medicatie. Verder is het van belang om te zorgen voor lange termijn nazorgcontacten omdat herstelpercentages laag en terugvalpercentages hoog zijn bij kinderen en jongeren. Ook is het belangrijk om met het kind of de jongere met AN en de behandelaar te kijken naar of/hoe vaktherapeutische interventies (bijvoorbeeld lichaams- en bewegingsgerichte interventies en PMT) opgenomen worden in de behandeling (Multidisciplinaire richtlijnontwikkeling GGZ & Trimbos-Instituut, 2008).

 

Voorkeursbehandeling adolescenten en volwassenen (oudere kinderen, 18+)

De voorkeursbehandeling voor adolescenten en volwassenen (kinderen vanaf 18 jaar) komt deels overeen met de aanbeveling voor kinderen en jongeren. Echter, zijn er een aantal verschillen. Bij de behandeling van volwassenen wordt de omgeving (zoals bij gezinstherapie of systeemtherapie) alleen betrokken wanneer dit nodig is en zinvol lijkt. Wanneer het gaat om adolescenten wordt er individuele therapie aangeraden, bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie. Medicatie kan wel eerder voorgeschreven worden aan volwassenen dan bij kinderen en jongeren. Echter, moet er rekening worden gehouden met de risico’s die het met zich mee kan brengen. Zo kan een lage dosis antipsychotica de persoon helpen om angsten en obsessief denken te verminderen. Wanneer er bij een volwassene met anorexia sprake is van een extreme vorm en het levensbedreigend is, wordt er aangeraden om diegene toch op te nemen (klinische behandeling).

 

Ouder over ziekenhuisopname: ''Ik heb zelf het idee dat je daar niet op je plek was in die zin dat je natuurlijk geholpen moest worden maar de verpleging in een ziekenhuis is niet op de hoogte en hebben niet de ervaring om met patiënten zoals jij toen was om te gaan. De arts en verpleging deden wat ze konden en gelukkig begon jij toen ook weer te eten. Ik zag dat jij het prettig vond om daar te zijn.''

 

Verder doet men er goed aan om terugvalpreventie op te nemen in de behandeling, psycho-educatie te geven en te ondersteunen tijdens de behandeling (Multidisciplinaire richtlijnontwikkeling GGZ & Trimbos-Instituut, 2008).

Als ouder van een kind met anorexia kun je hier alert op zijn. Het kan voorkomen dat je als ouder niet tevreden bent met de hulp die je kind krijgt, of denkt dat het beter kan. Vraag naar de behandeling die je kind krijgt en verzoek ook om aanpassing wanneer je denkt dat dit je kind ten goede komt. Je kunt aangeven een gesprek te willen met de desbetreffende zorginstantie of begeleider. Vervolgens kun je aangeven hoe je er over denkt en wat je denkt dat het beste is voor je kind. Probeer je hierin niet te defensief op te stellen. Neem een samenwerkende houding aan waarin je samen met de hulpverlener naar een oplossing gaat zoeken. Een defensieve houding kan ervoor zorgen dat een gesprek stagneert of dat de hulpverlener niet goed weet wat je precies wilt bereiken. Dit is gemakkelijker wanneer je kind jonger is, en als je als ouder nog betrokken bent bij het hulptraject. Wanneer je kind ouder is dan 18, kan het zijn dat je als ouder buiten het hulptraject wordt gehouden. Daarnaast zijn hulpverleners niet meer verplicht om informatie te geven aan ouders. Wat je dan kunt doen als ouder is regelmatig aan je kind vragen wat hij of zij vindt van de hulp die hij of zij krijgt. Dingen die je je als ouder kunt afvragen zijn:

  • Vindt je kind dat de hulp hem of haar helpt bij de eetstoornis?
  • Heeft je kind het gevoel dat de hulp van toegevoegde waarde is?
  • Heeft je kind een goede vertrouwensband met de hulpverlener?
  • Aan welke hulp heeft mijn kind behoefte?

Wanneer je hier samen met je kind over praat, kan het zijn dat er iets uit komt waar je kind niet helemaal tevreden over is. Jullie kunnen dan samen naar een oplossing zoeken. Je kunt je kind hierbij helpen door bijvoorbeeld te kijken naar mogelijke andere behandelingen.

Als je als ouder graag in gesprek zou willen gaan over dit onderwerp kun je terecht op de website van WEET over de ouderbijeenkomsten.

 

Voor meer informatie voor naasten die te maken hebben met anorexia en graag (meer) handvatten willen zijn er verschillende handleidingen ontworpen:

Daarnaast nog andere handige documenten die je kunnen helpen:

 

Begrippenlijst:

Interventies: een actieve behandeling om een probleem op te lossen (Woorden.org, 2016).

 

Gebruikte literatuur

De Vos, C. (2004). Als je kind een eetstoornis heeft. M.O.M.: Houten.

Multidisciplinaire richtlijnontwikkeling GGZ & Trimbos-Instituut. (2008). Multidisciplinaire richtlijn eetstoornissen. Utrecht Trimbos-Instituut.

Vandereycken, W. & Noordenbos, G. (2002). Handboek eetstoornissen. Utrecht: De tijdstroom.

Woorden.org. (2016). Interventie. Geraadpleegd op 9 mei 2017, van http://www.woorden.org/woord/interventie