nazorg 500 defTijdens de behandeling van anorexia is het belangrijk om te kijken naar het laatste deel van de behandeling van de eetstoornis: de nazorg. Vragen die hierbij kunnen komen kijken, zijn:

Hoe kan ik mijn eetpatroon vasthouden?;

Hoe voorkom ik een terugval?;

Hoe pak ik mijn sociale leven op?

Deze vragen worden tijdens het nazorgtraject behandeld. Nazorg valt vaak binnen de behandeling van iemand met anorexia. Daarnaast bestaan er ook nog nazorggroepen, dit zijn groepen die elkaar steunen en helpen bij het laatste stadium van de ziekte. De nazorggroepen richten zich op het gedrag en de gedachten van de persoon. De groepsleden die deelnemen aan de nazorggroepen hebben vaak gelijksoortige situaties meegemaakt bij hun eetstoornis, zij hebben ervaringskennis (De Vos, 2004).

 

Terugval en terugvalpreventie

De nazorg is gericht op de terugvalpreventie. Mensen met anorexia worden voorbereid op bepaalde triggers (uitlokkers) en worden bewust gemaakt van eventuele terugval en op welke wijze ze hiermee om moeten gaan. Het is belangrijk om de omgeving van de persoon hierbij te betrekken. Het actief kijken naar terugval en dit (h)erkennen voorkomt erger. Hierbij moet gelet worden op de risicofactoren. De risicofactoren zijn:

  • Anorectische gedachten,
  • Bewegingsdrang,
  • De eerdere duur van de ziekte en de eerdere behandelingen,
  • Het psychologisch en sociaal  functioneren van de persoon.

De terugval komt geleidelijk in verschillende manieren opzetten, waardoor het belangrijk is om er zo vroeg mogelijk bewust van te zijn (Berends, van Elburg en van Meijel, 2010).

Terugvalpreventie is erg belangrijk omdat terugval altijd om de hoek kan komen kijken door de kwetsbaarheid voor de ziekte. Vooral voor de jongere doelgroep (12-17 jaar) is de kans in de eerste twee jaar na de behandeling op terugval groot. Het is daarom belangrijk om steun te bieden en actief als ouders te kijken naar terugvalpreventie. De terugval wordt door risicofactoren uitgelokt. De terugval komt geleidelijk opzetten en wordt gekenmerkt door vier stadia:

  • In het eerste stadium is de persoon stabiel.
  • Het tweede stadium kenmerkt zich door een lichte terugval waarbij de eetstoornisgedachten lichtelijk opzetten en het anorectische gedrag in kleine mate toeneemt. Bijvoorbeeld door het overslaan van een tussendoortje of kiezen voor veilige producten.
  • Het derde stadium is een matige terugval. Hierbij nemen de gedachten steeds meer toe en zullen deze overheersen. In dit stadium zal de terugval ook steeds meer zichtbaarder worden voor de omgeving van de persoon.
  • In het vierde stadium, de volledige terugval is het gewicht van de persoon beneden de 85% van het normale gewicht. Deze stadia van terugval zullen snel verlopen wanneer er geen acties worden ondernomen. Triggers (uitlokkers) spelen hierbij een grote rol (Berends, van Elburg en van Meijel, 2010).  

Voor meer informatie over terugvalpreventie: Richtlijn terugvalpreventie – Berends, van Meijel en van Elburg.

 

Rehabilitatie

Hierboven staat aangegeven op welke manier nazorg en terugvalpreventie toegepast kan worden. Daarnaast is rehabilitatie ook een mogelijke behandeling. Tegenwoordig wordt rehabilitatie heel breed  toegepast. Een rehabilitatiewerker helpt bij het kiezen, krijgen en behouden van activiteiten- en participatiedoelen. Dit zijn doelen die gericht zijn op het weer oppakken van het ‘normale’ leven. Wanneer je anorexia, of een andere stoornis, hebt (gehad) kan het voorkomen dat verschillende belangrijke delen in je leven zijn weggevallen. Zo kan het zijn dat iemand moest stoppen met werken omdat zijn of haar gewicht zo laag was dat werken niet meer mogelijk was. Ook is het mogelijk dat sociale contacten zijn weggevallen omdat iemand sociale gelegenheden uit de weg is gegaan. Rehabilitatie richt zich op dit soort doelen en helpt de persoon deze doelen te verkrijgen en te behouden. De gebieden waarop deze doelen worden gesteld en waarop de rehabilitatie zich richt zijn:  wonen, werken, leren, sociale contacten en vrije tijd.

Rehabilitatie gaat uit van de mogelijkheden van de persoon in plaats van de problemen die er spelen. Daarnaast is het een vorm van nazorg die de zelfstandigheid van de persoon ondersteunt, bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten en het vervullen van rollen (weer een moeder kunnen zijn voor je kind, weer een leerling kunnen zijn op school etc.) (Korevaar & Dröes, 2011). Rehabilitatie is een vorm van herstelgerichte zorgook wel herstelondersteunende zorg genoemd.

 

De individuele rehabilitatie benadering

In de rehabilitatie wordt er gebruik gemaakt van de individuele rehabilitatie benadering (IRB). De IRB is een gespreksvoeringsmethode die zich richt op de vijf gebieden van rehabilitatie (wonen, werken, leren, sociale contacten en vrije tijd). Door middel van verschillende technieken wordt het doel van de persoon onderzocht, om er vervolgens naar toe te werken (Korevaar & Dröes, 2011).

 

Rehabilitatie en anorexia

Rehabilitatie kan bij veel verschillende problematiek worden toegepast. Om een beeld te geven over hoe rehabilitatie kan worden toegepast bij anorexia wordt hieronder per gebied een voorbeeld gegeven van een rehabilitatiedoel. Zo kan er bijvoorbeeld worden gedacht aan:

  • Iemand met anorexia (of iemand die anorexia heeft gehad) die graag op zichzelf wil gaan wonen (gebied wonen).
  • Iemand die niet meer kon werken vanwege zijn of haar gezondheidstoestand door anorexia en weer aan het werk wil (gebied werken).
  • Iemand die door anorexia moest stoppen met school of zijn of haar opleiding en het doel heeft om weer naar school te gaan of de opleiding te hervatten (gebied leren).
  • Iemand die door anorexia sociale gelegenheden (met name waarin eten een rol speelt) heeft vermeden en hierdoor minder sociale contacten heeft, die het doel heeft om zijn of haar sociale contacten op te pakken (gebied sociale contacten).
  • Iemand die moest stoppen met een hobby vanwege zijn of haar gezondheidstoestand door anorexia en het doel heeft om de hobby weer op te pakken (gebied vrije tijd).

Als ouder kun je je kind helpen bij zijn of haar doel(en). Vraag je kind naar de doelen die hij of zij heeft opgesteld en kijk hoe je hierbij kunt helpen. Je kunt hier ook gerust naar vragen. Denk niet in te grote stappen, maar begin klein. Misschien wil je kind meer sociale activiteiten ondernemen. Kijk dan bijvoorbeeld eens wat er in de buurt is en wat je kind zou willen en kunnen doen. Het kan ook zijn dat je kind weer een hobby wil oppakken, bijvoorbeeld paardrijden. Ga dan eens met je kind kijken bij een manege of ga mee naar een proefles.

Daarnaast kun je samen met je kind herstelpogingen evalueren. Wanneer je kind iets heeft gedaan wat zowel goed als minder goed heeft uitgepakt voor het herstel, kun je hierbij stilstaan. Vraag je af: Wat ging er mis? Hoe kwam dit? Wat kan er de volgende keer anders worden gedaan? Of: Hoe kwam het dat het goed ging? en Hoe kun je dit de volgende keer weer gebruiken?

 

Ouder: ''Ik probeerde zoveel mogelijk onderdeel te zijn van jouw proces, dus vragen hoe de therapiesessie was gegaan en hoe het wegen bij de huisarts was gegaan. Ik had er alle vertrouwen in dat jij er voor ging om beter te worden en tegelijkertijd merkte ik dat ik heel gevoelig was voor signalen als het even wat minder met je ging. Daarover praatten ging de ene keer makkelijker dan de andere keer.''

 

 

Gebruikte literatuur:

Berends, T., Elburg, A. van & Meijel, B. van (2010). Richtlijn terugvalpreventie anorexia nervosa. Werken met een signaleringsplan ter preventie van terugval bij patiënten met anorexia nervosa. Koninklijke Van Gorcum, Assen.

Korevaar, L. & Dröes, J. (2011). Handboek Rehabilitatie voor zorg en welzijn. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

De Vos, C. (2004). Als je kind een eetstoornis heeft. M.O.M.: Houten.